Over sluiprommel en nutprullen

Een veelgehoorde klacht van huishoudelijke aard: “Wat een rommel overal! Ruim je spullen nou toch eens op! Waar komt die troep in vredesnaam allemaal vandaan?”

Goede vraag!
De jagende mens verzamelt wat af in zijn grot. Als we ons nieuwe huis betreden zijn we nog zo voornemens om het ‘lekker ruim en overzichtelijk’ te houden. Het liefst zoals het er op TV uitziet in die make-over programma’s: alles op de juiste plaats, veel speelruimte, open plekken, doorkijkjes, mmmmm! Maar hoe houden we dat vol, he? Ons bezit sluipt de woning binnen, heel stiekem, geleidelijk en verraderlijk. Het is net als met ons gewicht. Gedurende 20 jaar komt er ieder jaar ‘maar’ een kilootje bij tot het uiteindelijk een welhaast onhaalbare opgave blijkt te zijn om die steen van 20 kilo weer kwijt te raken.

Troepjes
Maar wat zijn dat dan allemaal voor ‘troepjes’ die we het huis inslepen? Ik besluit de proef op de som te nemen. Niet door het hele huis door te sjouwen, nee, meer op microniveau. Ik heb een nachtkastje met twee lades en dat is bij uitstek een mooie semi-wetenschappelijk verantwoorde omgeving om eens te kijken wat ik er allemaal in heb laten verdwijnen. Toen we in dit huis kwamen waren de lades leeg en stofvrij; na zeven jaren van wegmoffelen moet de verzameling sluiprommel en nutprullen vast representatief zijn voor het groter geheel, het hele huis.

Eens even kijken. Wat categorieën maken lijkt me wel handig. Eerst maar eens de logische items, spullen die je verwacht tegen te komen in een nachtkastje.

Categorie 1: Logisch
Afstandsbedieningen, reiswekker, diverse telefoonladers, leesboeken (hé, dáár is die Turks Fruit die ik kwijt was!), azaron, muggenspray, oorpluggen, hoofdtelefoons, audio oordopjes en natuurlijk veel stof en pluis.

Dan de zaken die een praktische reden hebben nog in de lades aanwezig te zijn:

Categorie 2: Verkouden
Paracetamol, smintjes, keelpastilles, koortsthermometer, lippenbalsem, snoepjes, zuurtjes, tandenstokers, washandjes en theelepeltjes.

Vervolgens zijn er prullen die een duidelijk aanwijsbare bron hebben er nog rond te slingeren:

Categorie 3: Kroeg
Bierviltjes met telefoonnummers, flügelflesjes, lege aanstekers, borrelglaasjes, happy hour muntjes, kleingeld (heel veel kleingeld en alles kleiner dan 50 cent) en kroegbonnen.

Daarna hebben we nog troepjes met een duistere oorsprong of functie:

Categorie 4: Tja…
Prul-leeslampje (uiteraard defect), metalen klemmetjes en beugeltjes van divers formaat, duistere flessendopjes, onbekende (fiets)sleutels, steentjes (zelfs een paar behoorlijk grote), inbussleutels, een knutselschaar (ik knutsel niet), een combinatietang (ik klus niet) en heel veel elastiekjes.

En wat overblijft is de echte sluiprommel, de nutprullen en de flutzooi.

Categorie 5: Zooi
Potloodstompjes, pennendoppen, lege pennen zonder doppen, lege batterijen, oplaadbare batterijen (maar leeg), stickers, audiokabeltjes, oude inmiddels antieke mobiele telefoons, zeeschelpen, sleutelhangers, een zonnebril met maar één glas, een los zonnebrilglas, eeltviltjes, oude pleisters (ongebruikt gelukkig), knopen, gebruiksaanwijzingen van allang verdwenen apparaten, brillenspray, -doekjes en –hoesjes, oude foto’s, verloren CD’s, veel bezoekerspasjes (leuk, die oude pasfoto’s!), antieke mailprintjes, eeuwenoude routebeschrijvingen, kapotte softtone-lampen, een stopwatch, oude betaalpasjes, op duistere wijze verfrommelde visitekaartjes, kapotgeknipte betaalpasjes (dat verklaart die knutselschaar in categorie 4!), plakband, losse nietjes, schroeven, pluggen, spijkers (ik klus niet), scherven, glassplinters en (verrassend veel) paperclips.

Oneindige variatie
Categorie 5 is nog wel het meest tekenend voor de oneindige variatie aan spullekes die je in de loop van de tijd de lades in schuift. Het heeft allemaal ooit zijn nut gehad, dacht je, hoop je, maar nu duidelijk niet meer. Je kunt er eigenlijk niks meer mee maar op een of andere manier kom je er niet aan toe al die nutteloze rommel in de vuilnisbak te gooien. Vaak zit er nog een rest-sentimentele waarde aan een prul maar meestal had je eigenlijk allang geen idee meer van het bestaan er van.

Geheugenpockets
En dat brengt me dan ook bij mijn eigen fundamentele fout. Door die lades weer eens open te trekken worden er allemaal geheugenpockets in mijn nostalgische brein geopend. Met het vastpakken van ieder stukje nutteloze rotzooi verschijnt er wel een glimlach of een grimas op mijn gezicht. Wat ik veel beter had kunnen doen is de hele handel ongezien een vuilniszak in kieperen en die direct in de ondergrondse container op de binnenplaats dumpen. Weg is weg! Wat niet weet, wat niet deert! Dat had ik moeten doen.

Stom. Spijt!
Ach ja. Boven op mijn zolderkamer heb ik nog wel tien (!) van zulke lades met prullaria. Daar heb ik al een paar jaar niet meer in gekeken. Misschien moet ik die maar eens ongezien laten verdwijnen. Maar ja, er kan zomaar nog iets nuttigs inzitten he, of iets van “vruuger”, je weet nooit…

Het is maar goed dat al die kleine troep uit het zicht in lades verstopt zit. Zo blijven we nog even in de illusie van die make-over-modus zitten. Want de echte grote troeplade is het huis zelf natuurlijk.

Dit blog is voor het eerst verschenen op www.bartflos.com op vrijdag 21 januari 2011
Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.